Ja, ja, de essentie van een blog is dat je die regelmatig update met nieuw voer voor de volgers, maar ik zeg het hier nu één keer, en daarna nooit meer: ik ben een luie doos. Voilà, daar heb je het. Bovendien was ik de afgelopen weken een luie doos zonder een grijntje inspiratie. Maar daarnet had ik zowaar een life-altering moment. Nee, de Vriend ging niet voor me op de knieën en, god nee, de cyclus vertoont geen gaten die me met een rood hoofd naar de apotheek doen rennen. Wat het wél was, was zo’n moment waarop het je plots daagt: Ik. Word. Oud.
Of op z’n minst ouder. Ontegensprekelijk. En nu ik er even over denk: het was zelfs niet de eerste keer deze week. Afgelopen weekend ging ik met de vrienden nog eens uit. Dat was intussen zo lang geleden, dat ik de danskriebels helemaal was kwijtgespeeld. We reden nog maar de autostrade af, en daar waren ze al: de lasers en de dreunende bassen van het dance-event. Ja-ha, dit zou nog eens het avondje worden! Maar eenmaal binnen bleken onze oren zulke watjes geworden te zijn, dat de Vriend binnen de vijf minuten ging zoeken naar gratis oordopjes. That’s right: oordopjes. Even later kwam-ie mét glimlach en met oordopjes terug, en iedereen riste dankbaar een paar uit zijn handen. Thanks dude. En dat terwijl ik drie jaar geleden ei zo na mijn gehoor bij het grof vuil gezet had op Rock Werchter. Het was mijn eerste jaar als journalist en dus de eerste keer front stage. Kalf dat ik was, wou ik het “volledig ervaren”, en dus stond ik vier dagen lang oordoploos op twee meter van woofers groter dan mezelf. De maandag nadien begon ik op de eindredactie, en ik heb mijn eerste drie weken weinig anders dan “wablief” gezegd.
Maar ik wijk uit. De life-altering experience vandaag speelde zich af in de Brantano. Daar heb ik namelijk de koop van bergschoenen ernstig overwogen. Intussen is Koning Winter met veel geweld binnengevallen, en ligt er nu al dagen ijskoude sneeuw. En de laarzen die ik deze zomer – voorzienend en enigszins shopverslaafd als ik was – kocht in de wintercollectie zijn mooi, maar brol. Echt, ik zet nog geen halve voet in de witte massa en mijn kleine teen is al bevroren. Nu moet ik toegeven dat mijn kleine teen belachelijk snel bevriest, maar toch. Daarnaast maak ik me constant zorgen over lelijke witte randen van het gestrooide zout. Om een lange ergernis kort te maken: ik heb goede, warme schoenen nodig, en dringend. Want de winter – 3 december zijnde – moet eigenlijk zelfs nog beginnen.
Ik dacht dat het niet zo moeilijk zou zijn om goede, warme schoenen te vinden. Is dat trouwens niet het idee achter schoenen? Ze zitten goed en ze houden je voeten warm? Niet dus, behalve de tientallen paren Uggs die mooi uitgestald stonden. Ok, ze zitten goed: check. Ze zijn warm: check. Maar stap daar eens mee in een plas? Ik hoor het gevloek al tot hier.
Dat was dus niet wat ik wilde, en tot mijn lichte wanhoop vond ik helemaal niet wat ik zocht. Tot ik boven bij de afdeling bergschoenen aankwam. Ik had ze al vanuit mijn ooghoek gezien, maar dat was omdat ze werkelijk stonden te blinken van lelijkheid. Dikke, lompe schoenen in legerkleuren met vette opschriften als “comfort zone” of “hiking hero”. Jakkes. Doch, ik was geïntrigeerd. Zouden ze echt zo comfortabel zijn? Ik had nog wat pasvrees, en dus las ik maar wat er op de infokaartjes en op de dozen stond. “Absoluut waterdicht. Houdt de voeten warm zelfs bij de ergste vriestemperaturen. Biedt steun daar, daar en daar.” Hmmm, misschien toch maar eens passen.
Ik gooide mijn doorweekte laars uit, en probeerde met mijn handen mijn door-en-door koude voeten eerst wat op te warmen. Toen dat niet lukte, schoof ik mijn rechtervoet in de bergschoen. Ohh... Een zuchtkreun onstnapte me bij het instant voetorgasme dat me compleet verraste. Nog nooit had ik zoiets gevoeld. Mijn voet plofte zachtjes op de zalige, welvende zool, de schoen sloot zich perfect om mijn voet en binnen de drie seconden begonnen mijn tenen te ontdooien. Als een bezeten rijgde ik de dikke, stevige veters door de metalen beugeltjes. Op één voet stond ik recht en het voelde alsof ik opnieuw voor de eerste keer in mijn leven rechtstond. Die steun rond mijn volledige enkel, die bewegingsruimte rond mijn tenen, die lichte druk tegen mijn achillespees, die onderste ruggenwervels die gestrekt werden... Op één bergschoen en één kous hinkte ik naar de spiegel. En daar... horreur... Het was zo lelijk dat ik mijn hand voor mijn mond sloeg. Met ijdele hoop crosste ik terug naar de schoendoos en trok ook de linkerbergschoen aan. Ik zweefstapte terug naar de spiegel en stelde teleurgesteld opnieuw vast dat het Echt. Geen. Zicht. was. Ik draaide en keerde, probeerde verschillende invalshoeken uit, maar helaas, ze bleven archilelijk en deden me er uitzien als een kreupele marina. Ik drentelde nog zeker een kwartier rond, verzonken in complete twijfel. En daar was het: mijn life-altering moment. Het feit dat ik voor het eerst in mijn leven overwoog om comfortabel boven mooi te stellen. Degelijk boven stijl.
Mijn gedachten werden geleid naar anderhalf jaar geleden. Toen ik met vriendin R naar een concert van Madonna ging op de weide van Werchter. Het was zo’n zomerdag waarop warme zonnestralen werden afgewisseld met plensbuien van jewelste. We zaten op de bus die ons van het station naar de weide bracht, en we waren heimelijk de twee vrouwen voor ons aan het uitlachen. Het waren twee vriendinnen van middelbare leeftijd, uitgedost in een K-way met kap, een buidelzakje, een vormeloze lichte broek en – jawel – degelijke bergschoenen. Kortom: ze zagen er niet uit. Lachend zei ik nog tegen R: binnen dertig jaar komen we misschien ook zo naar hier. “Never”, was het antwoord.
Niet veel later gingen we op de weide ons eerste pintje halen toen de hemel openbrak. De regen gutste naar beneden en daar waren wij niet op voorzien, op zijn zachtst gezegd. R: in minirok, topje, blazer en teenslippers. Ik: in jeans, leren jasje en sneakers. Terwijl we stonden te jongleren met een beker bier tussen onze tanden en geld wegstoppend in onze handtassen, werd mijn broek doornat – wat ze voor de rest van de avond zou blijven – en mijn stoffen sneakers drassig en loodzwaar. R dacht nog even dat zij best wel een goede vestimentaire keuze gemaakt had – alles zou immers snel weer opdrogen – tot ze enkele stappen zette in de modder, en bijna een spagaat maakte op haar slippers. Nu weet ik trouwens waarom ze dat slippers noemen. Een beetje groen lachend dachten we terug aan de welvoorziene dames die we net nog hadden staan uitlachen. Toch: het was Madonna, en wij waren fashionable.
Terug naar de Brantano. Ik heb de bergschoenen niet gekocht. Ik kreeg het beeld van de jongere versie van mezelf die vol afgrijzen toekeek, maar niet uit mijn hoofd. Met pijn in het hart trok ik ze uit, en met een opgetrokken lip trok mijn natte laarzen weer aan. Teleurgesteld en slechtgezind verliet ik de Brantano. Aan mijn wagen gleed ik bijna uit in de sneeuwdrek.
Misschien heb ik een tweede opinie nodig.
hahaha, en zeggen dat je die post hebt geschreven vòòr je wist wat je nu weet :-D
BeantwoordenVerwijderenanyhoo, ik kan slechts opmerken dat jij de laatste tijd regelmatig vruchteloze tripjes naar de schoenwinkel onderneemt ;-)