maandag 25 oktober 2010

Oneer

'What are you doing here?' Ik zit verveeld neer wanneer 'Michael from Texas' boven mij komt zwalpen en de vraag - vergezeld van een hemeltergende alcoholadem - uitspuwt. ‘Well, Michael from Texas, wat ik hier doe, dat ik het niet weet.’
Verwacht werd: een fancy night met Tiefschwarz op het veertiende van een gebouw op Alexander Platz. Bleek werkelijk: een door tienertestosteron en foute booze geregeerde kutclub, met ramen die zo gortig vuil waren dat er van die verbluffende view gewoonweg niets te zien was. 
'Dus neen, Michael from Texas, wat ik hier doe, dat ik het niet weet. En ik denk jij ook niet meer, isn't it?' - 'Burps. What? Yeah, you own it! Hik.'

Toen had ik moeten opstaan, mijn al even teleurgestelde gezelschap moeten wenken, de lift naar het gelijkvloers moeten nemen om vervolgens verder de nacht in te trekken in die voorts verbluffende stad. Maar in de plaats daarvan bleven we nog wat hangen in dat hellhole, lichtjes wanhopig dansend – Tiefschwarz was nog niet al te slecht bezig – terwijl links een meisje knal op de grond smakte wegens te ‘sensueel’ dansen met haar vriendje van het uur, en rechts een andere chick de halve zaal een portie tinnitus krijste. Ik zweer het u: dit was niet van het populaire wooh-girl-type, het mens gilde als een varken dat gecastreerd wordt met een bot mes. Ondertussen leek het alsof Michael from Texas zichzelf was gaan klonen in het toilet en nu in veelvoud rondhopte, regelmatig irritant tegen me aanbotsend.

Niet veel later hielden we het toch voor bekeken. Deze misstap werd te veel oneer voor onze voorts legendarische trip naar de stad die erin slaagde op minder dan een etmaal in onze ziel te kruipen: Berlijn*.

(wak)



*Weldra meer over die wonderlijke stad.





woensdag 13 oktober 2010

Dutje

0h ironie. 'Iedereen wakker' doopte ik mijn blog anderhalf uur geleden, en prompt deed ik een dutje. Alsof ik moest bekomen van de snelheid waarmee een mens een blogger wordt. Al maanden sluimerde het idee in mijn hoofd, en dan, terwijl ik eigenlijk enkel maar eens wou kijken wat mijn opties waren - blogspot of wordpress - was het voor ik het zelf doorhad al zover. 'Uw blog staat nu op het net.' Iedereen wakker? Snurk.

Maar lekker dutten deed ik niet. Nochtans ben ik er een meester in, werkelijk. Organiseer een kampioenschap dutten en ik win met twee vingers in de neus. Of toch niet, een ongehinderde ademtocht is cruciaal voor een bevredigend dagslaapje. Of nachtslaap, for that matter. Maar we wijken af, of is dat net de bedoeling van bloggen?
Mijn schoonheidsslaapje werd dus verstoord. Door mijn eigen zeurende onrust in de vorm van het blogscherm dat achter mijn omgedraaide rug op de poef stond te staren, blinkend van leegheid. 'Geen berichten van wak.'

Want wak - of beter: (wak) - dat ben ik dus. Al drie jaar. Of nee, wat zeg ik, al langer: bijna vier jaar. In februari 2007 kwam ik als stagiair binnengestapt op de redactie van Het Nieuwsblad en op de eerste dag werden de initialen uitgedeeld. Zomaar, poef paf, tussen de computer logins en de 'op het derde is de refter' door. Dé initialen waarmee je voor de rest van je carrière bij de krant àl je kleine stukjes (grote krijgen je volledige naam) zou ondertekenen. Ik kan je zeggen dat ik niet bepaald opgezet was met de mijne. Wak. Wak kak. Anderen kregen logische, neutrale initialen. Tom D'Hondt: (tdh), Marie Peene: (mp), Laurens Delans: (ldl). En ik kreeg (wak). Als een scheldwoord (Jij achterlijke wak!), als een uitroep van afgrijzen (Wakkes! Wàt is dàt?!), als een voorbode van een mislukte journalistieke carrière (wak? Die schrijft alleen wakke troep, haha). En vergeet het maar dat er ook maar iemand zou spreken van w-a-k, met de letters apart. Die koude februaridag werd (wak) dus geboren, en ik vond er niets aan.

Maar het was geen voorbode van een gebrek aan talent dat tijdens die stageperiode pijnlijk zou komen bovendrijven. Wel integendeel, al zeg ik het zelf. (tdh) en (mp) en (ldl), na tien weken stage vertrokken ze roemloos op de redactie, om er nooit meer terug te komen en nooit meer herinnerd te worden. (wak), ondertussen door velen 'wakske' genoemd, die bleef. Eerst nog wat langer als stagiaire, dan als eindredacteur. Nu al dik drie jaar dus. Een boeiende periode, waarin ik ontzettend veel geleerd heb. Over  de opbouw van een artikel, de mix van een krant en de structuur van een redactie annex drukkerij. Alleen: veel ruimte voor folietjes is er niet in een op faits divers toegespitste krant. En hoe scherper ik de punt van mijn verbeterpotlood slijp, hoe roester de top van mijn schrijfpen wordt. Misschien een beetje een belegen metafoor, but you catch my drift.

En daarom het sluimerende idee van een blog. Een compleet vrije ruimte om te schrijven en te posten wat ik wil. Met onverbiddelijke data (Het is al zòlang geleden dat u nog iets postte, doe er wat aan luiwammes!) en volgers (zoals vriend D., die me daarnet fijntjes herinnerde aan de blog: 'Hoe staat het ermee? :p' :p, ja, een digitaal lachje met z'n tong scheef uit de mond. Hehe, hoho, weer een plannetje waar niks van komt). Om maar te zeggen: peper in mijn gat. Strooi gerust.
En opnieuw is daar dat bange stemmetje: 'Ze zullen je ontmaskeren. Niks talent. Laat me niet lachen, creatief'. De (blog) is mijn nieuwe (wak).

Iedereen wak(ker)? Het is te hopen.


Gegroet,
(wak)